De ingevoerde Belgische Haas is dus stamvader van alle “Belgian Hares” in Engeland. In 1887 werd in Engeland de “Engelse Belgian Hare Club”opgericht,  hetzelfde jaar volgde er een standaard. Daarna volgden enkele jaren van onenigheid en betwisting over de gewijzigde standaard. In 1896 schreef de heer Wilkens zijn eerste boekje over “The Belgian Hare”. De foto’s die hij toen gebruikte, doen ons meer denken aan een slanke gebouwde reus dan aan het ons bekende Belgisch Haaskonijn.

Begin 1900 was veel belangstelling voor het Belgische Haaskonijn en men ging het op grote schaal fokken, mede door de grote vraag voor export vanuit Engeland naar Amerika, Duitsland en naar ons land. Er werden grote sommen geld betaald voor deze goede dieren. De prijzen varieerde toen van ƒ 1.000,00 tot ƒ 1.200,00 per stuk en dan te bedenken dat arbeiders daar wel 8 à 10 maanden voor moesten werken.

Door selectie heeft men de lange slanke, bijna windhondachtige bouw weten te fokken. Waardoor het Haaskonijn het meest sierlijke en adellijke konijn werd uit onze “Standaard”. De rode kleur wist men te versterken door het inbrengen van de tanfactor.
De Belgisch Haas wordt niet voor niets het raspaardje van de konijnenkwekers genoemd.
Ook onze speciaalclub “De Nederlandse Belgische Hazen Club” is trots dat er nog vele fokkers zijn die gekozen hebben voor het elegantste en sierlijkste adel dier, “De Belgische Haas”.